Mooie expo Roland Topor in Parijs

De Franse nationale bibliotheek toont het werk van tekenaar, acteur en scenarioschrijver Roland Topor (1938 – 1997). ‘De paniek’ heeft zijn lijf nooit verlaten.

Roland Topor, Marteau pilon poil au menton, 1972.Foto Bibliotèque National Francaise

Op de eerste bewegende beelden van de tentoonstelling, uit 1962, zit hij erbij als een onhandige jongeman, slecht op zijn gemak, een beetje in elkaar gedoken, nerveus kettingrokend. „Waar komt u vandaan?”, vraagt een stem. „Iemand heeft me hier afgeleverd”, antwoordt hij. „Bent u bang?” „Heel vaak.” „Wordt u gek?” „Dat zou best eens kunnen.”

Vlak hiervoor, in de openingstekst, is Roland Topor (1938 – 1997) door de makers van de tentoonstelling Le monde selon Roland Topor in Parijs gepresenteerd als subversief, kosmopolitisch en een van de belangrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw. Als een internationaal erkend tekenaar wiens werk verscheen in kranten en tijdschriften als Le Monde, Hara-Kiri, de New York Times, Libération en Die Zeit. Als een alleskunner die een onafhankelijk, veelzijdig kunstenaar wilde zijn en niet slechts een tekenaar van de actualiteit – die interesseerde hem hoegenaamd niet.

Grote kans dat u Topor kent van de campagne-affiche van Amnesty International uit 1976 (een man en profil met een wijd opengesperde mond en een hamer op de onderkaak) of van poster van Die Blechtrommel, de film van Völker Schlöndorf. Misschien zag u de film Casanova van Fellini, waarin Topors tekeningen worden gebruikt. Of keek u als kind naar Téléchat, de eind jaren zestig populaire televisieserie waarin een kat, met zijn ene poot in een mitella, de hoofdrol speelt.

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/06/zwarte-humor-was-topors-manier-van-overleven-7956515-a1553469

Colette in al haar facetten

De Franse schrijfster Colette wordt zestig jaar na haar dood nog altijd op handen gedragen, haar werk zindert volop. Dat blijkt weer uit een door haar vertaalster samengesteld ‘mozaïek van teksten’.

Het leven zelf – zo karakteriseerde Hella S. Haasse het werk van de grote Franse schrijfster Colette. Wie had zo intens als zij laten zien hoe mateloos een mens kan genieten van de natuur, dieren, planten, vruchten, vriendschap en schoonheid? Wie had het lef gehad zich ook op latere leeftijd zo ten voeten uit bloot te geven? Haasse was niet de enige die de loftrompet stak.

Het is wonderbaarlijk dat Colette (1873-1954) ook nu nog op handen wordt gedragen, dat zij steeds opnieuw, om de paar jaar, in binnen- en buitenland als ‘hot’ wordt gezien. Natuurlijk – ze was een eigengereid schrijfster, feministe avant la lettre, mimespeelster, journaliste, poezenvriendin, genotvol aanhangster van het buitenleven, levenslustige lekkerbek, eigenzinnig echtgenote, slechte moeder, spraakmakend minnares en in veel opzichten mediageniek exuberant. Maar wat is het nu precies dat haar werk nog steeds cool maakt?

In Nederland is de veelzijdige vertaalster Kiki Coumans (1971) een van degenen die zich over Colette’s werk ontfermt. In 2006 tekende ze voor de vertaling van Sido en Het huis van mijn moeder. Ditmaal stelde ze met meesterhand een portret van haar samen, een ‘zelfportret in verhalen’. Ze koos uit haar werk bijvoorbeeld romantische ode’s aan de tuin en het buitenleven, smakelijke stukken over ‘bloedrode kindertjes van de rozenstruik, hortensia’s, stokrozen en de lampionplant’, over hemels ‘vol leikleurige wolken’, ‘een met sneeuw bepakt dak van de hooizolders en kale takken van de notenboom’, over ‘zachtpaarse krokussen, nachtlampjes bij schemerkou’.

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/03/14/geniet-en-verdonkeremaan-de-realiteit-7370560-a1550218

Rencontre met Niña Weijers, Marie Darrieussecq & Christophe Ono-dit-Biot

Voor de Nederlandse Ambassade in Parijs organiseer ik deze maand een literaire avond in het Maison de la Poésie in Parijs, dé literaire hotspot. De aanleiding is het verschijnen van Les Conséquences in het Frans, in de vertaling van Sandrine Maufroy, in de Lettres néerlandaises, de reeks van Philippe Noble bij Actes Sud. De drie auteurs heb ik gekozen omdat ze in sommige romans schrijven over dezelfde thematiek van het verdwijnen, eenzelfde aandacht hebben voor de kunstwereld, voor het nut of het onnut van kunst in de huidige wereld. Niña’s debuutroman is alom geprezen, het is een ingewikkelde, veellagige en daardoor heel interessante roman. Plonger van Christophe Ono-dit-Biot, schrijver en journalist bij Le Point bekijkt vanuit een ander gezichtspunt naar de kunstwereld terwijl Marie Darrieussecq onlangs een prachtig literair portret publiceerde van de Duitse kunstenares Paula Modersohn-Becker. Verdwijningen, de rol van de kunst, geboorte & sterven – thema’s die in ons gesprek aan de orde zullen komen.

 

 

Terrorisme – een thema in hedendaagse Franse romans

Vijf Franse auteurs reflecteren op de gevolgen van de terreur in hun land. Wat drijft iemand om lukraak te moorden? Wat doet dat met ons mensbeeld? Hoe nu verder met het debat? Zoveel schrijvers, zoveel invalshoeken, zoveel stijlen.

Ali, een jonge informatica-specialist in Parijs, heeft met zijn team maanden aan een offerte gewerkt voor een grote Frans-Amerikaanse multinational. Ze halen de opdracht binnen, de champagne wordt ontkurkt. Dan vertelt zijn baas hem dat de opdrachtgever hem niet bij de uitvoering van het project wil hebben. Zijn expertise is onomstreden, maar is hij niet van Frans-Marokkaanse origine? En heeft hij geen islamistische neef? Woedend neemt Ali ontslag, hij is vernederd, zijn eer is in het geding.

Iydar is een negentienjarige scholier op het Marokkaanse platteland. De docent die ‘islamitische opvoeding’ geeft, een salafist, blijkt afwezig, Iydar heeft twee uur vrij. Met zijn vriendinnetje zoekt hij de koelte op in de schaduw van een amandelboom, waar twee agenten hem arresteren voor aantasting van de goede zeden. Razend is Iydar als blijkt dat hij voor maanden de gevangenis in moet.

Ali is de hoofdpersoon in de recente roman van Fouad Laroui (1958), de aan de Universiteit van Amsterdam docerende econometrist, essayist en romanschrijver. Iydar is het belangrijkste personage in Évelyne ou le djihad? van Mohamed Nedali (1962), docent Frans op een lyceum in het zuiden van Marokko. Beide auteurs onderzoeken na de terroristische aanslagen in Parijs, vorig jaar, met pen en verbeelding hoe radicalisering in zijn werk gaat. Laroui heeft een groot oeuvre op zijn naam (dat hier vreemd genoeg maar mondjesmaat is vertaald!) en breekt in zijn vaak geestige, taalkundig spannende proza steeds weer een lans voor historische en wetenschappelijke kennis en menselijke leergierigheid. In deze roman laat hij schitterend zien hoe de Westerse en de Arabische wereld verschillende versies kennen van dezelfde historische gebeurtenis, twee onoverbrugbare varianten van hetzelfde verhaal. Verdiep je in de ander, lijkt hij te zeggen, kijk achter de clichés. Zijn Ali, door woede verblind, wordt verleid tot de jihad. Pas in Syrië, als er geen terugkeer meer mogelijk is, beseft hij dat hij wel degelijk thuishoort in Parijs. Nedali’s roman, eenvoudiger van taal, compositie en thematiek, lijkt vooral gericht op jongeren. De imam die Iydar wil ronselen vangt bot – dankzij de hulp van een Europese vriendin.

 

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/12/23/er-is-geen-tijd-meer-te-verliezen-5903531-a1538157

Lees meer

Interview met Marcel Gauchet

De Franse filosoof Marchel Gauchet schreef een boeiend boek over Frankrijk en de vraag waarom men altijd zo somber is over de toekomst van het land – terwijl daar niet meer dan in andere landen reden toe is.

Ik sprak hem over zijn (interview)boek, Comprendre le malheur français:

Met wapperende regenjas komt Marcel Gauchet de deftige entrée van de Parijse uitgeverij Gallimard binnenstormen. Zijn kantoor, drie bij drie meter, bevindt zich op de eerste etage, het tekent de prominente plek die hij inneemt bij het prestigieuze uitgevershuis. De boekenplanken zijn volgestouwd met uitgaven van Gallimard en jaargangen van het tijdschrift Le Débat, waarvan Gauchet (1946) al jaren hoofdredacteur is. Afgaande op het aantal witte en beige kaften – in Frankrijk geldt nog steeds: hoe kleurlozer het boek, hoe interessanter – zitten we hier in het intellectuele walhalla van Frankrijk.

 

Lees meer

Kadotips: Franse vertaalde poëzie

Onlangs verscheen Onze, het elfde nummer van het tijdschrift TERRAS. Het is grotendeels gewijd aan nieuwe Franse poëzie, met mooie vertalingen van verschillende vertalers. Het nummer is samengesteld door Kim Andringa en Vicky Francken, die waar pionierswerk verrichtten – nieuw en inspirerend! Zij namen tientallen recente Franse dichtbundels door, reisden naar het internationale poëziecentrum in Marseille, op zoek naar in Nederland nog onbekende Franse dichters – en dat zijn er heel wat. Zo ontdekten ze Antoine Dufeu en zijn geëngageerde, verhalende poëzie maar ook de ritmische, bijna hypnotiserende teksten van Laura Vazquez. De bundel bevat ook mooie vertalingen van de in Frankrijk op handen gedragen schrijfster Olivia Rosenthal (door Kiki Coumans) en van werk van de Franstalige Zwitser Charles-Ferdinand Ramuz (door Rokus Hofstede), auteurs die beiden een breder internationaal publiek verdienen. Fabienne Rachmadiev maakt in het tijdschrift met Breton in de hand een tintelende literaire wandeling door Parijs.

Nog een andere bundel die veel aandacht verdient: De gebogen planken van de grote Franse dichter Yves Bonnefoy, in de prachtige vertaling van Kiki Coumans. Alleen al het lezen van het titelgedicht opent, symbolisch en melancholiek, een nieuwe wereld – ideaal voor onder de kerstboom. En dan heb ik het nog niet eens over de wederom schitterende vormgeving van dit boek van uitgeverij Vleugels, die de ene na de andere beeldschone Franse uitgave laat verschijnen.

 

Kadotips Frans!

Waar blijven de Franse titels in de bijlagen vol kadotips? Il y en a, et comment! Bij deze dus:

Aanraders, recent vertaald uit het Frans:

Mathias Enard, Kompas, uitgeverij Arbeiderspers, vertaald door Katrien Vandenberghe
Een indrukwekkende odyssee door Oost en West van een rasverteller en een kenner van de Arabische wereld.

Christophe Boltanski, De schuilplaats, uitgeverij Cossee, vertaald door Prescilla van Zoest
Prachtig portret van een beroemde joodse Franse familie. Speurtocht en herinnering ineen.

Hector Malot, Alleen op de wereld, uitgeverij Gottmer,in de bewerking van Tiny Fisscher, met illustraties van Charlotte Dematons.
Prachtig uitgegeven klassieker.

Laurent Binet, De zevende functie van taal. Vertaald door  Liesbeth van Nes, Meulenhoff
Hhilarisch portret van de grote Franse intellectuelen van de tweede helft van de 20e eeuw.

Julia Deck, Viviane Élisabeth Fauville, vertaald door Lidewij van de Berg en Katrien Vandenberghe, Uitgeverij Vleugels
Puntgave debuutroman die een intellectuele, doordachte, hoogliteraire stijl combineert met een thrillerachtig verhaal waarin veel te raden blijft.

Virginie Despentes: Het leven van Vernon, . De Geus. Deel 1 (vertaald door Jan Versteeg) en 2 (vertaald door Alice Teekman).
Literaire rollercoaster over het leven van Vernon Subutex, een vijftiger, die langzaam afdaalt in de hel van sociale uitsluiting.

Joël Dicker, De Baltimores, uitgeverij De Bezige Bij, vertaald door Manik Sarkar.
Heerlijk feel good, read good boek, dat velen al van heeft overtuigd dat de Franse literatuur ook geweldig spannend kan zijn.

Fred Vargas, Ijsmoord,  De Geus, vertaald door Rosa Pollé & Nini Wielink
Weer zo’n fijne literaire spannende thriller van Frankrijks meest geliefde thrillerschrijfster.

Thomas Piketty, Kapitaal in de 21e eeuw, De bezige bij, vertaald door  Manik Sarkar
Wereldwijd dé Franse bestseller.

Boualem Sansal, 2084, Het einde van de wereld, De Geus, vertaald door Jan Versteeg
Hyperactuele roman die, in de voetsporen van Orwells’ 1984 laat zien hoe een totalitaire dictatuur er van binnen uitziet.

Tatiana de Rosnay, Manderley voor altijd, Ambo/Anthos, vertaald door Noor Koch
Lekker leesbare biografie van de Engelse schrijfster Daphne du Maurier.

Jules Romains, Verdun, uitgeverij Epimetheus, vertaald door Minne Gerben de Boer
Vuistdikke klassieker over de slag bij Verdun.

Binnenkort volgen tips voor degenen die Frans lezen!

 

Te koop bij de goede boekhandel,
maar Athenaeum Boekhandel in Amsterdam zette ze spontaan op een rijtje in de webwinkel:
https://www.athenaeum.nl/tips/tips-per-rubriek/#frans

 

 

Prix Goncourt 2016 voor Leïla Slimani

Slimani laat zien hoe subtiel vernedering kan zijn

Dat Leïla Slimani (1981) niet bang is te choqueren weten we van haar debuutroman, Dans le jardin de l’ogre, die twee jaar geleden verscheen. De hoofdpersoon was een journaliste en moeder die verslaafd was aan seks, een vrouw ook die gekweld werd door eenzaamheid, schaamte en innerlijke leegte. Zonder gêne schopte de jonge Frans-Marokkaanse schrijfster tegen Marokkaanse schenen: haar boek legde de verwrongen verhouding tot het lichaam bloot, de benepen seksuele moraal, de cultuur van verzwijgen en wegkijken in haar geboorteland.

Ook in haar nieuwe roman raakt ze een pijnlijke plek – dit keer in de westerse wereld. Meteen op de eerste bladzijden schetst ze hoe een baby in een grijze zak wordt geritst – dood. Zojuist heeft een moeder haar twee jonge kinderen vermoord aangetroffen in de badkamer. Naast hen hun oppas, Louise, die ook zichzelf van het leven heeft willen beroven.

Het is de angst van ieder jong ouderpaar dat werk en kinderen wil combineren. Myriam en Paul willen alles: kinderen, verre vakanties, een dynamisch sociaal leven, interessant werk, hij is muziekproducent, zij advocaat. Ze zoeken voor hun kroost een betrouwbare oppas en ze vinden haar. Een niet meer al te jonge vrouw die zich in een mum van tijd onmisbaar maakt, op wie de kinderen dol zijn en die zorgt dat het huishouden op rolletjes draait. Zelfs tijdens vakantie kunnen ze niet meer zonder de geweldige Louise.

Maar van Louise zelf weten ze niets. Niet dat ze getrouwd was, dat ze een volwassen dochter heeft, niet dat ze gebukt gaat onder een enorme schuldenlast, niet dat ze snakt naar een thuis. Dat thuis – dat is voor haar het gezin waar ze het grootste deel van de dag doorbrengt. Vriendschap zoekt Louise, geborgenheid, genegenheid. Innerlijk kookt ze van jaloezie, van wanhoop, van woede over het besef dat ze wat zíj hebben, nooit zal bereiken, nooit zal bezitten. In helder en ondubbelzinnig taalgebruik laat Slimani zien hoe subtiel vernedering kan zijn, hoe ingewikkeld de relatie is tussen twee vrouwen van verschillende sociale klassen.

Stap voor stap voert Slimani ons mee, laat ons dat huis clos ontdekken, de dreiging voelen. Langzaam krijgt het toekomstige drama contouren, langzaam voert ze de spanning op. Chanson douce is een knappe, allesbehalve roman ‘douce’ over een dilemma waar veel jonge ouders in Europa mee worstelen – in bredere zin symptomatisch voor ons ik-tijdperk, voor het gebrek aan werkelijke interesse in de ander.

Prix Goncourt – de acht genomineerden

Acht ongelofelijk verschillende romans waren er in de tweede selectie van de prix Goncourt overgebleven. Eigenzinnige auteurs, debutanten, boeken die een trend vertegenwoordigen. Wat ik van de boeken vind kunt u lezen in NRC:

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/26/kanshebbers-voor-de-de-prix-goncourt-a1528535

 

 

Drie Franse debuten

Vluchten in melancholie en waanzin: dat is na Guy de Maupassant, Antonin Artaud en Marguerite Duras nog steeds een geliefd literair-romantisch thema. Twee debutanten pakken het echter ‘onfrans’ aan.

Een van de drie mooie Franse debuten die het afgelopen voorjaar zijn verschenen en nu zijn vertaald is de roman Wachten op Bojangles van Olivier Bourdeaut (1981). In Frankrijk was Bojangles dankzij mond-tot-mondreclame de literaire hit van het voorjaar. Begrijpelijk wellicht: in maanden van terroristische aanslagen, van angst en onrust, van dreigende taal en politieke onmacht, hadden de Fransen behoefte aan een licht, geestig, sprankelend verhaal, een volstrekt onwaarschijnlijke fabel die de draak steekt met negativiteit en pessimisme en de lezer een vlucht biedt in de verbeelding – zonder oppervlakkig te worden.

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/22/hoe-frans-zijn-deze-fransen-eigenlijk-nog-4357694-a1522957