Nederlandse schrijvers op Livre Paris, de Franse boekenbeurs, maart 2019

In Parijs, tijdens Livre Paris?
Deze Nederlandse en Vlaamse schrijvers kunt u beluisteren:

15 maart, 11 uur, Café Pro
Dans le cadre de la campagne Les Phares du Nord menée par l’Ambassade du Royaume des Pays-Bas, et de son zoom sur la poésie numérique à Livre Paris, le BIEF propose une discussion autour des questions de la traduction et de la publication de la poésie, en France, aux Pays-Bas et en Flandre.
Peter Nijssen, editions Arbeiderspers
Paul Gellings, traducteur et poète
Jean-Yves Reuzeau, directeur littéraire du Castor Astral
Animé par Margot Dijkgraaf

Vendredi 15 mars, 12h
Scène Talents de demain
Formé à la BD et au cinéma, Alex W. Inker débute avec 2 polar : Panama Al Brown et Apache (Prix Polar SNCF 2017). Il vient de publier l’époustouflant Servir le peuple (Ed. sarbacane – sélection officielle Angoulême 2019). Le dessinateur hollandais Typex, issu de l’Underground, s’est fait remarquer en 2013 par le biopic en BD Rembrandt, mais c’est avec Andy, un conte de faits (Casterman – sélection officielle Angoulême 2019) qu’il accède à la notoriété.
Animée par Philippe Peter

 

Samedi 16 mars,  11 heures
Scène L’Eternel retour de la Ligne claire
Rencontre animée par Didier Pasamonik avec Peter Van Dongen, dessinateur de Blake & Mortimer

 

Samedi 16 mars, 11 – 12 heures
scene polar : LE RÉEL ET SON DOUBLE
Cette première rencontre de la thématique “Le réel et son double” se penche, à travers le regard d’un reporter et de deux lanceurs d’alerte, sur la question des abus et manipulations de certaines multinationales ayant bénéciées jusque récemment d’une certaine impunité. Heineken en Afrique, du journaliste d’investigation néerlandais Olivier van Beemen, révèle les méfaits du groupe sur le continent noir tandis que Roger Lenglet et Isabelle Badoureaux décrivent l’art de lancer une alerte, permettant notamment à des employés de dire la vérité sur les exactions de leur entreprise.
Avec Roger Lenglet et Isabelle Badoureaux (Actes Sud – Yves Michel Editeur) , Olivier van Beemen (Rue de l’Echiquier).
Rencontre animée par Margot Dijkgraaf
Dans le cadre de la campagne Les Phares du Nord avec le soutien de la Dutch Foundation for Literature et l’Ambassade des Pays-Bas en France

Samedi 16 mars, 12 – 13 heures
scene polar
EN V.O / L’ENFANCE, CONTINENT PERDU
« Le sommeil de l’enfance s’achève en oubli », disait Victor Hugo. N’est-ce pas contre cet oubli qu’on écrit ? Quatre auteurs reviennent sur l’enfance, continent perdu, en détournant les codes du roman noir, du thriller, du roman d’apprentissage. Des enfants disparaissent mystérieusement (Anita Terpstra, Sandrine Destombes), un enfant grandi trop vite, orphelin sang famille (Michel Bussi), une jeune fille dont l’énigme remonte au plus jeune âge (Ursulà Kovalyk)
Avec Michel Bussi (Presses de la cité), Anita Terpstra (Denoël), Sandrine Destombes (Hugo & Cie), Ursulà Kovalyk(Editions Intervalles). Rencontre Animée par Margot Dijkgraaf
Dans le cadre de la campagne Les Phares du Nord avec le soutien de la Dutch Foundation for Literature et l’Ambassade des Pays-Bas en France

 

Dimanche 17 mars, 11 heures
UNE HEURE EN / PAYS-BAS : L’ÉCRITURE EST-ELLE UNE RÉPONSE À LA VIOLENCE
DU MONDE ?
Frank Westerman & Nahir Guven
Quel est le poids de la parole face aux armes ? Quelles sont les réponses possibles au terrorisme ? Voilà les questions que posent Frank Westerman dans Soldats de la parole et Mahir Guven dans Grand frère (Goncourt du premier roman). Reporter et journaliste, Frank Westerman a été témoin de grandes crises en Europe et ailleurs. De mère turque et de père kurde, réfugiés en France, Mahir Guven est né sans nationalité à Nantes. Animée par Margot Dijkgraaf

 

17 March 2019, 12:00 – 13:00
Grand Débat: Quelle Europe voulons-nous?
Luuk Van Middelaar, historien et philosophe néerlandais, conseiller spécial de Frans Timmermans, vice-président de la commission européenne, dialogue avec Hubert Védrine, ancien ministre des Affaires étrangères.Avec Luuk Van Middelaar, auteur de Quand l’Europe improvise (Gallimard) et Hubert Védrine qui publie Face au chaos. Sauver l’Europe (Liana Levi)/ Animation par Alexis Lacroix, Directeur délégué de la rédaction de l’Express
En partenariat avec l’Express

 

Stefan Hertmans & Maylis de Kerangal
L’acte d’écrire, le geste du peintre
Dimanche 17 mars, 15 heures, stand CNL
Stefan Hertmans, écrivain belge néerlandophone, explore tous les genres littéraires, de la poésie aux essais, perfectionnant au fil des livres un art “pictural” de l’écriture. Maylis de Kerangal, auteur notamment de “Réparer les vivants” (2013), a publié en septembre dernier chez Verticales “Un monde à portée de main”, récit d’une étudiante en art qui découvre des techniques picturales ancestrales. Ce dialogue entend interroger les liens entre le geste de l’écrivain – le déroulé de la phrase ample – et celui du peintre.
Animé par Margot Dijkgraaf

 

Lundi 18 mars 2019, 11:00 – 12:00
Scène Europe
Si l’Union Européenne a permis la libre circulation des biens et des personnes, qu’en est-il pour les œuvres et les savoirs ? Au-delà des initiatives comme le Prix de littérature de l’Union Européenne ou le soutien financier apporté aux traductions littéraires par le programme Europe Créative, quel rôle jouent éditeurs, traducteurs et organisateurs de manifestations culturelles dans la circulation des œuvres et des savoirs? Comment y œuvrent-ils, et comment les soutenir ?
En partenariat avec le Ministère de la Culture et de la Communication
Avec Margot Dijkgraaf & Vera Michalski & Judit Carrera, Ghiu Bogdan

Lundi 18 mars à 14h00
Scène Sciences pour tous
Nous ne l’avons pas choisi, et pourtant nous allons passer notre vie entière ensemble. Alors autant faire connaissance avec lui le plus tôt possible. Lui ? Notre corps ! Il est prodigieux, incroyable, unique. Par où commencer notre exploration ? Et si nous nous projetions à l’intérieur de l’une de nos milliards de cellules ? Ça tombe bien, elles ressemblent justement à un vaisseau spatial miniature…
Avec Jan Paul Schutten
En partenariat avec L’Ecole des Loisirs

 

 

Marie Darrieussecq en Ons leven in de bossen

De ‘aanklikker’ is een personage in de nieuwe roman van Marie Darrieussecq. Eigenlijk is het een beroep, iemand die ‘robots al onze gedachteassociaties moet bijbrengen, zodat ze ooit onze plaats kunnen innemen’. De aanklikker moet begrippen als ‘verschrikkelijk’ of ‘weerzinwekkend’ linken aan beelden van lichamen die bij een aanslag aan stukken gereten zijn. Zo wordt robots ook wat empathie bijgebracht. De aanklikker klikt bijvoorbeeld: ‘blauw = hemel = blues = melancholie = muziek = blauwe plek = blauw bloed = adel = onthoofding’.

Hoewel de aanklikker de hele dag werkt en ’s nachts maar een paar uur mag slapen, kan hij er niet van leven: Indiërs, Nigerianen, Filippino’s, Peruanen doen hetzelfde werk voor de helft van het geld. Het lukt hem niet ander werk te vinden. Wat had hij graag iets met kunst gedaan, Beethoven linken aan ‘mooi’ of ‘muzikaal’. Maar nee. En dus belandt de aanklikker bij de psycholoog, die bij hem de diagnose stelt: depressief, suïcidaal.

In het nieuwe boek van Marie Darrieussecq (1969) zitten we in het hoofd van die psychologe, gespecialiseerd in traumaverwerking. De psychologe werd wees op haar zestiende, ze kreeg toen een genetisch gemodificeerde hond, met een chip ‘om hem geschikt te maken voor het leven in een (raamloos) appartement’. Ze denkt na over haar leven, over de tijd waarin zij leeft, een tijd van ‘ontvoeringsgolven’, ‘orkanen van verdwijningen’ en ‘stormen van aanslagen’. Een tijd waarin alles overal wordt gefilmd, opgenomen, geregistreerd en gecontroleerd.

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/22/verdwenen-in-het-bos-voorgoed-offline-a3654938

Over Sérotonine van Michel Houllebecq

Twee weken geleden schreef Michel Houellebecq in Harper’s Magazine dat hij president Trump een van de beste presidenten ooit vond. Trump houdt niet van de EU, net zomin als Houellebecq. De Europese landen hebben niets gemeen, schreef hij, geen waarden, geen taal, geen belangen, laat staan dat ze een democratie vormen. Europa is een nachtmerrie, hoe eerder de EU uit elkaar valt, hoe beter.

In zijn nieuwe roman Sérotonine zoekt de verteller, Florent Claude Labrouste, zijn oude vriend Aymeric d’Harcourt-Olonde op. Ze studeerden samen, werden beiden landbouwkundigen. Aymeric, afkomstig uit een eeuwenoude aristocratische familie, runt al jaren een boerenbedrijf in het dun bevolkte, uiterste westen van Normandië. Hij heeft honderden koeien, boert biologisch en bewoont een familiechâteau, dat langzaam door onkruid wordt overwoekerd. De plannen van zijn vrouw om van de veertig leegstaande kamers een ‘hôtel de charme’ te maken liepen spaak toen de overheid geen subsidie verleende. Ze ging ervandoor met een pianist en nam hun dochters mee.

Financieel zit Aymeric aan de grond. De melkprijzen dalen door de buitenlandse concurrentie en volgens Europese standaarden moet het aantal boeren nog gehalveerd worden. De landbouw in Frankrijk is ‘een sociaal plan’, schrijft Houellebecq, ‘maar wel een onzichtbaar sociaal plan, waarbij iedereen individueel verdwijnt’ zonder dat er een haan naar kraait. De leden van de boerenbond pikken het niet langer, ze bewapenen zich, vullen jerrycans met benzine en installeren een raketinstallatie. Bij de geweldsexplosie vallen doden, de beelden gaan de wereld rond. De dag erna worden de koeien van Aymeric niet meer gemolken.

De protesten die Houellebecq in zijn recente roman met vooruitziende blik verbeeldt, zijn nog vele malen grimmiger dan die van de gele hesjes die we de afgelopen weken daadwerkelijk in Frankrijk zagen. Zijn boeren voelen zich niet gehoord, niet gezien, wanhopig en woedend. Hun onbehagen, door ‘Brussel’ en door ‘de elite’ weggezet als irrationele angst voor de globalisering, ontploft. Frankrijk desintegreert, Europa wankelt.

Lees meer

Wie zijn de gele hesjes? Het staat al in de romans van de afgelopen maanden.

Wie zijn de gele hesjes? En wat willen ze? Het is een vraag die de afgelopen weken voortdurend is gesteld. Kijk naar de puber Anthony, die opgroeit in een arbeidersgezin in Heillange, in het noordoosten van Frankrijk, waar de sluiting van de staalindustrie voor werkeloosheid zorgt. Hij is de zoon van een ontslagen staalarbeider en ex-vrachtwagenschauffeur, die nu de eindjes aan elkaar probeert te knopen als tuinman. Hij heeft nog een motor in de garage staan waar hij niet meer op wil rijden: het doet hem teveel denken aan de tijd dat hij nog de illusie had jong en vrij te zijn. Als hij drinkt wordt hij gewelddadig. Anthony’s moeder heeft al een paar keer haar koffers gepakt. Maar ze komt toch weer terug. Als ze weer thuis is laat ze een nieuw permanentje zetten en gaat het leven door als ervoor. Soms gaat Anthony naar een feestje in een andere wijk. Daar ziet hij hoe zijn rijkere leeftijdsgenoten wonen, de zonen van hoge ambtenaren, apothekers, ingenieurs en grootindustriëlen. Ze hebben drugs, een retourtje Maastricht is voor hen geen probleem.
Of neem de twintigjarige Candice, geboren in een arme buitenwijk. Ze is fietskoerier voor een bedrijfje waarvan de eigenaar een business school heeft gedaan. Als hij haar tot seks dwingt, vlucht ze. Weg baan. Ze speelt de hoofdrol in Shakespeare’s Richard III, uit haar mond komt de eerste zin van het stuk: ‘Now is the winter of our discontent’. Candice ontmoet Jones, een jazzmusicus, die ondanks allerlei bijbaantjes, nauwelijks genoeg verdient om zich in leven te houden.
Maak tenslotte kennis met de vader van Edouard. Hij werkte in een industriestadje in Picardië, ging de kroeg in als hij aan het eind van de week zijn loon kreeg en sloeg zijn vrouw als hij thuis kwam. Ze ging van hem weg. Toen kreeg hij een ongeluk en werd hij arbeidsongeschikt. De medicijnen worden steeds duurder, de banen die hij krijgt aangeboden liggen ver van zijn woonplaats.
Anthony, Candice, Jones en de vader van Edouard zijn hoofdpersonen in recent verschenen Franse boeken. Anthony is het belangrijkste personage uit Leurs enfants après eux van Mathieu Nicolas, de roman die ruim een maand geleden werd bekroond met Frankrijks belangrijkste literaire prijs. Candice en Jones komen uit de pen van Thomas B. Reverdy. Zijn roman met de voorspellende titel L’hiver du mécontentement (De winter van onze ontevredenheid) kreeg onlangs de prix Interallié 2018. De vader van Edouard tenslotte is de vader uit de titel Ze hebben mijn vader vermoord, van Edouard Louis, een biografisch politiek pamflet dat ook onlangs in het Nederlands verscheen.
Lees de boeken die er de afgelopen maanden in Frankrijk verschenen en je ziet wie de gele hesjes zijn. Het zijn Fransen die niet behoren tot de hoogste klassen, die niet in Parijs wonen, die de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen, die zien dat stijging op de sociale ladder een illusie is geworden. Het zijn ouders die beseffen dat hun kinderen het niet beter zullen hebben dan zijzelf. Het zijn Fransen die zien dat de ongelijkheid vergroot wordt, dat de kloof tussen arm en rijk groter wordt: de belasting voor de ‘solidariteit op het kapitaal’ is afgeschaft terwijl de brandstofprijzen extra worden belast.
‘De geschiedenis die op school werd onderwezen was niet jouw geschiedenis’, schrijft Edouard Louis in zijn boek, ‘ze leerden ons de geschiedenis van de wereld en jij werd buiten de wereld gehouden.’ Schrijvers zijn antennes van onze samenleving.
Wie zijn de gele hesjes? Je hoeft er de recente romans uit de Franse rentrée maar op na te lezen.

 

De vlecht van Laetitia Colombani

‘Deze roman brengt je aan het wankelen’, zei François Busnel, presentator van het populaire Franse boekenprogramma La grande librairie, ‘hij heeft alles: muzikaliteit, ritme, spanning, sterke personages, een intrige die je pakt tot aan de laatste zin.’ Zo werd in de zomer van 2017 op alle Franse stranden het boek met de zwart-gele boekomslag gelezen. De vlecht van Laetitia Colombani werd een bestseller. De debuutroman verschijnt inmiddels in bijna dertig vertalingen.

Colombani (1976) is actrice, scenarioschrijfster en producente. Van de film naar de literatuur – Colombani is niet de eerste die zich waagt aan het schrijven van een roman.

De vlecht is een roman over drie vrouwen op drie verschillende continenten. De eerste vrouw met wie we kennismaken is Smita, een vrouw uit Badlapur in India, een ‘dalit’, een ‘onreine’, een vrouw die behoort tot de laagste Indiase kaste. Met blote handen leegt ze dagelijks de latrines van twintig huizen, ze gaat blootsvoets, zoals een paria, die onzichtbaar moet blijven, behoort.

Colombani’s tweede vrouwelijke personage is Giulia, een jonge vrouw die werkt in haar vaders atelier in Palermo, op Sicilië. Al bijna een eeuw leeft haar familie van de cascatura, het lokale gebruik om afgeknipt haar te hergebruiken en er pruiken van te fabriceren. En de derde vrouw is Sarah, een ambitieuze advocate uit Montreal, die door het glazen plafond is gestoten en nog hoger wil klimmen op de professionele ladder.

Lees verder via

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/23/drie-sterke-vrouwen-in-uiteenlopende-werelden-a2756238

 

Goncourt nominaties laten een trend zien: de transclasse

Wie schrijft spreekt uit andermans naam, in andermans plaats, zei de Franse socioloog en schrijver Édouard Louis bij zijn recente bezoek aan Amsterdam. Schrijvers moeten zich daarom afvragen wie er niet spreekt, wie er niet bij is, wie níet gehoord wordt. Wie is er zo afwezig dat we hem niet eens missen?

In Louis’ eerste autobiografische romans zijn dat de ‘petites gens’ uit een industriestadje in Picardië, de werkloze, gewelddadige vader, de moeder die thuis de klappen opvangt, de geterroriseerde homoseksuele jongen. En de dorpsgenoten die de bezuinigingen van de regering aan den lijve voelen, degenen die niet profiteren van de globalisering. Louis herinnert zich hoe hij in 2008 – hij was 16 – naar de tv keek toen J.M.G. Le Clézio de Nobelprijs kreeg. Waarom sprak hij over fictieve personages die het moeilijk hebben in het leven? Waarom sprak hij niet over hén, hier, in Noord-Frankrijk, zíj hadden het net zo moeilijk! Louis: „Mijn sociale klasse stierf van de afwezigheid.”

Als het aan hem ligt, komt daar verandering in: „Hoe kun je over iets anders schrijven dan over geweld, klassenstrijd, armoede, onrecht, homofobie, racisme en vernedering? Literatuur moet de lezer confronteren en wel zo dat die zich niet lachend kan afwenden.”

Edouard Louis is een ‘transfuge de classe’, iemand die van het ene naar het andere milieu is opgeschoven. Hij doorbrak de wet van de ‘sociale reproductie’, waar dat in Frankrijk zeldzaam is: in zeven van de tien gevallen wordt een kind van arbeiders zelf arbeider. Louis (26) is een uitzondering, net als zijn vriend en socioloog Didier Eribon (65), de schrijfster Annie Ernaux (78) en de auteur van De kunst van het verliezen, Alice Zeniter (32).

Rijkeluiszoontjes

Sinds deze rentrée kunnen we een naam aan dit lijstje toevoegen, die van Nicolas Mathieu (40). Zijn roman Leurs enfants après eux kreeg woensdag de prix Goncourt, de belangrijkste Franse literatuurprijs. Het boek is een vuistdikke coming-of-age-roman, met vaart, geschreven in de nuchtere, rauwe taal van alledag, met veel dialogen. Mathieu heeft een verhaal te vertellen: dat van zijn alter ego en diens leeftijdgenoten die opgroeien in Heillange, een imaginair stadje in het noordoosten van Frankrijk. De krimp in de staalindustrie veroorzaakt werkloosheid: ‘De mannen spraken weinig en stierven vroeg. De vrouwen verfden hun haar en keken naar het leven met een optimisme dat langzaam afnam. Eenmaal oud geworden herinnerden ze zich hoe hun man zich afbeulde op zijn werk en daarna naar het café ging, dachten ze aan hun zoon die zich op de weg had doodgereden, en dan hadden ze het nog niet eens over de mannen die er doodleuk vandoor waren gegaan. […] Bij ons werd je ontslagen, werd er gescheiden, werd je bedrogen of kreeg je kanker. We waren gewoon normaal.’

Lees verder:

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/08/sociale-mobiliteit-vergeet-het-maar-a2754507

Philippe Claudel en Khaled Hosseini

Vorige week vroeg een Franse journalist aan de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans of zijn historische roman Le coeur converti (De bekeerlinge) ook door een hedendaagse bril gelezen kon worden. Mocht hij het verhaal over de twee geliefden in de twaalfde eeuw, op de vlucht vanwege hun verboden verhouding, ook lezen als een metafoor voor de vluchtelingen van nu? Hertmans antwoordde dat hij zelf geen hedendaagse elementen in zijn boek had willen brengen, het was een verhaal uit de vroege Middeleeuwen. Maar verder: ja, literatuur neemt het al eeuwen op voor de buitenstaander, voor de verstotene, de ‘ander’, de vluchteling.

Het werk van Philippe Claudel, die deze vrijdag de SPUI25-lezing houdt in Amsterdam, illustreert dat als geen ander. De roman waarmee hij beroemd werd, Grijze zielen (2003), gaat over de moord op een uitzonderlijk mooi tienjarig meisje in 1917, een buitenbeentje. Het is niet zozeer een boek over 1914-1918 als wel een boek over wat oorlog doet met een mens. Zijn novelle Het kleine meisje van meneer Linh (2016) gaat op het eerste gezicht over een grootvader en zijn kleinkind, maar blijkt bij nader inzien een geëngageerde fabel over asielzoekers. In Het verslag van Brodeck (2008) laat Claudel zien hoe er irrationele, xenofobe gevoelens de kop opsteken als er een vreemdeling in een klein dorp komt wonen.

Iedere schrijver staat, bewust of onbewust, in verhouding tot zijn eigen tijd. Dat weten wij lezers maar al te goed en dus lezen we tussen de regels door: wat staat er? En vooral ook: wat staat er niet? ‘Een roman brengt je daar waar feitelijke verwoording tekort schiet’, zei Hella S. Haasse, ‘er gebeurt iets waardoor je zicht op de werkelijkheid verruimd wordt.’ Een romanschrijver reikt ons, onnadrukkelijk en indirect, die dingen aan waar het hem om gaat. Daarvoor heb je lange adem nodig – die van de roman.

Lees verder via

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/21/voel-hoe-wij-omgaan-met-vluchtelingen-a1617290

 

De vrouw die vluchtte van Anaïs Barbeau-Lavalette

Kunstenaar Suzanne Meloche (1926-2009) liet haar kinderen adopteren om zich volledig op haar werk te kunnen richten. Vrijheid voor alles.

De tweeëntwintigjarige Suzanne Meloche gaat in de jaren veertig om met jonge kunstenaars van de avant-gardistische automatistenbeweging in Quebec. Ze is zwanger. Op een avond krijgt ze zin om zelf te gaan schilderen. Ze schildert een figuratieve vogel, een rode vogel ‘met reusachtige vleugels en een sierlijke snavel’, die zich uitstrekt over het hele doek. Als haar man thuiskomt ‘glimlacht hij’, en ‘levert hij kritiek op zoveel conventie.’

Een paar dagen later gaat Suzanne, met haar mans schilderijen onder de arm, naar het Museum van Schone Kunsten en weet de directeur daar te overtuigen dat hij ze tentoon moet stellen. Bij terugkeer is haar man aan het schilderen. Onder zijn verf ziet ze haar rode vogel verdwijnen. ‘Meer blijft er van zijn tijdelijke vlucht niet over’.

Overgeschilderd, weggewerkt, de mond gesnoerd. Het is een cruciaal beeld in het levensverhaal van Suzanne Meloche (1926-2009), tekenend voor haar tijd en voor veel vrouwen van haar generatie. Maar Suzanne laat zich niet ringeloren. Ze vertrekt, gaat haar eigen gang, brengt haar kinderen bij een opvang en laat ze adopteren. Vrijheid voor alles.

Anaïs Barbeau-Lavalette: De vrouw die vluchtte. Vert. Katelijne de Vuyst. Querido, 328 blz. € 20,-

Lees verder op:

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/12/een-artistieke-grootmoeder-om-te-haten-a2417667

 

Lees meer

Les correspondances de Manosque 2018

Voor de twintigste keer staat het provençaalse dorpje Manosque bol van de literatuur. Duizenden mensen stromen toe om onder de platanen, op de middeleeuwse pleintjes en in het theater Jean Le Bleu de schrijvers van de rentrée te beluisteren. Jean Christophe Bailly, een welbespraakte brombeer van rond de 70, wordt geïnterviewd over Saisir, zijn nieuwe essay over Wales. Bailly heeft een eigen signatuur, hij gaat uit van landschappen, observeert ze nauwkeurig, bezoekt kleine lokale musea, destilleert er de verhalen en  refereert al schrijvend aan romans, poëzie. Hij rolt van het ene verhaal in het andere, de interviewer kijkt het geamuseerd aan. Een pleintje verderop discussieert de Mexicaanse Aura Xilonen met de levendige, in Manosque erg populaire schrijver Miguel Bonnefoy (Sucre noire). Ze trekken honderden bezoekers.

De avondvoorstellingen zijn al dagen van te voren uitverkocht. Wie niet ruim op tijd is, is geheid zijn kaartje kwijt. 800 mensen luisteren naar Mathieu Almaric en musicus Dominique Mahut, die de Brieven van een twintigjarige soldaat van Jacques Higelin ten gehore brengen. Zanger en acteur Higelin, die in april van dit jaar stierf, is razend populair, tijdens de voordracht kun je een speld horen vallen, het applaus is ovationeel. De twintigjarige Franse soldaat uit de titel is in 1960 uitgezonden naar Algerije, waar de onafhankelijkheid wordt bevochten. Hij schrijft smachtende brieven naar zijn geliefde. Haar lippen, haar lichaam, zijn dromen, hun toekomst, gemis, wanhoop. Na twee jaar blijven zijn brieven uit, desondanks houdt zijn liefde stand.

De avond ervoor beluisterde ik in de Stadsschouwburg Halina Reijn in La voix humaine van Jean Cocteau, in de regie van Ivo van Hove. Een wanhopige vrouw die uit alle macht probeert haar geliefde terug te winnen, in een laatste telefoongesprek. Ze doet haar uiterste best haar verdriet niet te tonen, verhult en verbergt. Ook zij is verlaten, ook zij kan niet verder. Zij springt; Higelins soldaat schrijft verder. Moedig voorwaarts. Cocteau stelt de vraag naar de existentiële leegte, waartoe ben ik op aarde, wat doet het ertoe, wat is de zin van alles. Reijn, als de grote actrice die ze is, brengt het over, ze wordt de wanhoop, ze incarneert de angst. Amalric draagt de tekst voor, en blijft wie hij is. Ondanks de schoenen die uit gaan. Ondanks zijn pianosolo.

Ik denk terug aan de monoloog die ik een tijd geleden zag van Ramsey Nasr, De andere stem. Hij liet de man aan de andere kant van de lijn aan het woord, de man met wie Cocteau/Halina zo wanhopig spreekt. In zijn versie waren er ook momenten van ontspanning, van humor. Literatuur en toneel – de absurditeit van het leven zelf.

 

Eric Vuillard over De orde van de dag

Parijs, 38 graden, geen zuchtje wind in de kantoren van uitgeverij Actes Sud. Zijn overhemd is doorweekt, maar zijn ogen stralen. Hij geniet ervan over de geschiedenis te spreken, op vragen antwoordt hij in elegante pirouettes. Éric Vuillard (Lyon, 1968) houdt ervan achter historische maskers te kijken en clichés tegen het licht te houden. Heerlijk – in de archieven duiken, grasduinen in de coulissen en in de schijnwerpers zetten wat er zich schuilhoudt.

Vuillards achtste récit, zoals in Frankrijk de literaire non-fictie wordt genoemd, werd bekroond met Frankrijks belangrijkste prijs, de Prix Goncourt. De orde van de dag (L’ordre du jour) schetst in een aantal sleutelscènes, tragisch en hilarisch tegelijk, de aanloop tot de Anschluss, de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. In het eerste hoofdstuk zoomt Vuillard in op een geheime bijeenkomst op 20 februari 1933, in de Rijkskanselarij in Berlijn, waarbij 24 Duitse groot-industriëlen (Krupp, Opel, Siemens, Agfa, etc.) hun portemonnee trekken om Goering en Hitler met miljoenen te steunen.

De afgelopen jaren zijn er in Frankrijk verschillende boeken over de Tweede Wereldoorlog verschenen, bijna allemaal even succesvol. Waar komt die interesse van de Fransen voor deze periode volgens u vandaan?

„Literatuur is een sociaal fenomeen, ze is schatplichtig aan de sociale en politieke spanningen. Ze weerspiegelt die niet per definitie, ze houdt afstand, maar ze probeert er wel iets over te zeggen. Dat geldt zeker voor literatuur over de geschiedenis. Het heden is vaag, ontoegankelijk, de geschiedenis wordt dan een toevlucht. Het geeft je de mogelijkheid een uitweg te vinden, oorzaken uit te pluizen, een manier om je tot de werkelijkheid te verhouden. Ik kan de vergaderingen over de Brexit van nu niet beschrijven, maar wel die van de Duitse staatshoofden met kopstukken uit de financiële en industriële wereld van toen. Bij dat soort vergaderingen is er altijd iets gevaarlijks, iets geheimzinnigs. De oorlog was tumultueus, tragisch, het is nog warme geschiedenis, het draait om politiek. De geschiedenis van toen biedt, in een tijdperk waarin er nauwelijks ideologieën meer zijn, ideologische verheldering. Dat geldt voor Fransen, maar net zo goed voor Amerikanen of Nederlanders.”

Lees verder op

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/08/30/de-propaganda-van-goebbels-beinvloedt-ons-nog-steeds-a1614743