Over het debuut van Emma Doude van Troostwijk
Het is een unicum: een van origine Nederlandse debutante, opgegroeid in Frankrijk, die een roman publiceert bij de prestigieuze uitgeverij Editions de Minuit. Dat ze er ook een paar literaire prijzen voor kreeg is eigenlijk minder bijzonder. Wie bij Editions de Minuit publiceert – witte cover, blauwe letters, sterretje in het midden – staat in een uitzonderlijke literaire traditie. De auteurs van de roemruchte nouveau roman maakten het uitgevershuis, dat tijdens de Duitse bezetting werd opgericht, beroemd. Samuel Beckett en Alain Robbe-Grillet publiceerden er, Marguerite Duras en Nathalie Sarraute, recenter Julia Deck en Goncourtwinnaar Laurent Mauvignier. En nu de zesentwintigjarige Emma Doude van Troostwijk.
Haar roman gaat over een predikantengezin dat een pastorie bewoont in een dorp in de Elzas. Vader en moeder zijn dominee, opa en oma wonen onder hetzelfde dak, de zoon maakt zich op om ook predikant te worden. De dochter, tevens vertelster, is elders een toneelopleiding gaan volgen, heeft net audities achter de rug en komt voor een paar weken terug naar huis. Opa lijdt aan alzheimer, herkent zijn kleindochter soms wel en soms niet. Ook haar vader, die een burnout heeft, kampt met geheugenproblemen, en haar broer heeft gegronde twijfels over zijn beroepskeuze. Hoewel deze paar zinnen vertellen in welk milieu je als lezer terechtkomt, zeggen ze in wezen nog niets over het boek, noch over je leeservaring.
Het gaat hier niet om de plot, om de intrige, ook al zit die er wel degelijk in. De roman bestaat uit een reeks korte teksten, ogenblikken uit het nu afgewisseld met brokken herinnering, die als het ware met elkaar in dialoog gaan. Als de vertelster aan het begin van het boek de weg naar de pastorie oploopt, ziet ze de klimop op de pastorie, de glanshaver, de kersenboom uit haar jeugd, ze ruikt houtvuur en goedkope wijn. Haar grootvader, in zijn schommelstoel, steekt zijn hand naar haar uit en zegt, aangenaam kennis te maken, mevrouw.
De vorm van de roman lijkt een hedendaagse, originele echo van het bekendste boek van Nathalie Sarraute, Kindertijd (Enfance, 1983). Ook Sarraute vertelde geen verhaal, haar boek was geen autobiografie in de gangbare zin des woords, het was een mozaïek van momenten, herinneringen in beweging – schitterend fijnzinnig weergegeven. Sarraute, microchirurg van het gevoel, onderzocht in taal de innerlijke menselijke ervaring. Ook Van Troostwijk observeert, schrijft zintuiglijk. Ze suggereert, is in staat tussen de regels door meer te zeggen dan in die regels zelf. In het leven van alledag, in het huis clos van die pastorie, zit een hele onuitgesproken wereld besloten.
Lees verder:

