Salon du Livre, Parijs – schrijvers hebben het moeilijk, ook in Frankrijk

C’est qui? Het moet de vraag zijn die ik gisteren op de Salon du Livre het meest heb gehoord. Bedoeld werd: voor wie sta jij in de rij? De slingerende rijen in de mensenmassa waren nauwelijks te volgen, zo groot was de belangstelling voor auteurs als Tatiana de Rosnay, Eric Zemmour, Frédéric Mitterand of Marc Lévy (350 te signeren boeken in één uur). Maar er waren, zoals altijd, ook tafeltjes waarachter schrijvers een boek zaten te lezen, in afwachting van lezers die niet kwamen. Auteurs voelen zich in Frankrijk meer en meer ondergewaardeerd, geminacht zelfs. Jean Birnbaum, chef van de boekenbijlage van Le monde, riep in zijn column zelfs op beleefd te blijven naar auteurs toe. Dus niet aan die ene werkeloze auteur vragen of David Foenkinos al weg is. En niet vragen om een selfie – de nieuwe rage op de Salon – zonder ook een boek te kopen.
Schrijvers hebben het moeilijk – ook in Frankrijk. Zaterdag demonstreerden meer dan 300 schrijvers op de Salon tegen hun verslechterende positie. Twee derde van de auteurs krijgt minder dan 10 % van de verkoopprijs. Een op de vijf krijgt minder dan 5%. Gemiddeld verdient een schrijver één euro per verkocht boek. In een derde van de gevallen bedraagt een voorschot minder dan € 1500. 42% is ontevreden over de manier waarop uitgevers hun werk commercieel begeleiden. (bron: enquête SCAM) De helft is ontevreden over de communicatie rond hun werk. Waarom worden er zo ontzettend veel boeken uitgegeven, vragen de schrijvers zich af, waarom niet minder schrijvers beter begeleiden? In Frankrijk zijn er ook hervormingen van het sociale stelsel en de pensioenen aan de gang, waarbij de auteurs er slecht van afkomen. Ook protesteren de auteurs tegen de Europese richtlijnen over auteursrecht, die slecht uitpakken. Om van de verplichte btw op het e-book, die van 5,5% naar 20% moet nog niet te spreken. La création est en péril! constateert het Conseil Permanent des Ecrivains in haar statement. Uitgevers reageren met een schouderophalen: sommige auteurs die het statement ondertekenden verdienen gouden bergen, zegt er een. En weten ze wel hoeveel moeite uitgevers hebben om het hoofd boven water te houden? Want ja – ook Amazon is op de beurs, met iedere dag een paar bijeenkomsten over ‘auto-édition’: publiez sur Amazon et faites le marketing de votre livre. Dan heb je als auteur helemaal geen uitgever meer nodig, en kan de boekhandel ook verdwijnen..

Herman Koch in Berlijn

Herman Koch is in Duitsland een bestsellerauteur. Angerichtet, Odessa Star en Sommerhaus mit Swimmingpool vind je in elke Berlijnse boekhandel. Het is dan ook lekker druk bij de presentatie van zijn nieuwe boek Sehr geehrter Herr M, in de Nederlandse Ambassade in Berlijn. Keurige dames en ook heren, van alle leeftijden. Een heer met een prachtige kuif, oranje voorschoot en dito vlinderdas biedt de gasten bretzels en jus d’orange aan. Het uitzicht over de Spree vanuit het schitterende door Rem Koolhaas vervaardigde gebouw is magisch. Koch wordt (lang!) ingeleid door Barbara Wahlster, Literatur-Redakteurin bei Deutschlandradio Kultur. Koch geldt hier als Kolumnist, Komiker en Fernsehmacher en hij is – belangrijk! – Spiegel bestsellerautor. Cees Nooteboom heeft zijn roem te danken aan de criticus Marcel Reich-Ranicki en in zijn voetspoor kregen meer Nederlanders voet aan de grond in Duitsland. Duitsers weten dat Nederland een literatuur heeft, dat is meer dan je doorgaans van de Fransen kunt zeggen.



Wahlster laat Koch vertellen over de tot stand koming van zijn boek. Het publiek verwacht een Komiker en dat levert Koch dan ook. Twaalf jaar geleden aan het boek begonnen, nu pas afgemaakt. Zelf wist hij ook niet hoe het boek zou aflopen, dan zou hij zich immers vervelen. De vele stemmen, de parodie, de brieven en de link met de werkelijkheid. De interviewster brengt Kochs thematiek op, zit het thema schuld niet vaak in zijn werk? Lastige vraag, vindt Koch, liefde en oorlog, dat zijn natuurlijk de allerbeste literaire thema’s. Het beste is, zegt hij, een oorlog meemaken, dan kun je als schrijver nog jaren voort. Het publiek valt stil. De liefde, scheidingen?, vraagt Wahlster. Koch vertelt dat een schrijver bij zoiets altijd in het voordeel is: hij kan erover schrijven, de partner die niet kan schrijven moet noodgedwongen zijn mond houden en is in het nadeel. In Nederland was er onlangs een geval van gelijke positie, een schrijversstel ging uit elkaar, de man schreef daarover een boek, maar had er geen rekening mee gehouden dat zijn vrouw ook schrijfster was. Ik denk dat mijn vrouw daarom nog steeds bij mij blijft, zegt Koch. Het blijft een paar seconden stil. Das war ein Witz, voegt hij eraan toe. Het publiek lacht.


Kadare en Sophokles in Berlijn

Op uitnodiging van het Goethe Instituut verblijf ik enige tijd in Berlijn. Ik fris mijn Duits op. Samen met acht anderen krijg ik vijf uur per dag les van een uitstekende docente, die tevens actief is als politica voor Die Grünen. Er zitten twee artsen bij uit Saoedie-Arabië, waarvan één hoogzwanger; twee jongemannen die werktuigbouw willen gaan studeren in Berlijn; een Amerikaanse diplomate die binnenkort naar Pakistan wordt uitgezonden; een Indische die Duits wil doceren; een Italiaanse die een tolkenopleiding in Berlijn wil gaan doen; een jonge  Spaanse die tegen de wil van haar ouders is vertrokken, ze had genoeg van de uitzichtloosheid van haar eigen land. Jonge mensen die vastberaden zijn iets van hun leven te maken. Meer dan de helft wil voor zeker tien jaar in Duitsland blijven. De Duitse economie gaat goed, de Duitse taal heeft de toekomst, vinden ze.

Ik raak bevriend met een Albanese uit mijn groep. We raken aan de praat over Ismaël Kadare, de gedoodverfde Nobelprijskandidaat uit Albanië, die hem maar niet krijgt. Ze heeft veel van hem gelezen. Zo is het echt, bij ons, zo absurd, zegt ze. De corruptie is onvoorstelbaar. Gelukkig heeft Tirana nu een goede burgemeester die daartegen vecht, hij probeert de corruptie aan banden te leggen, voert regels in om de ongebreidelde woningbouw die de stad tot een chaos maakt, aan banden te leggen. A. komt uit Tirana, ze is in Berlijn om haar Duits te perfectioneren. Thuis doceert ze Duits, ze geeft les aan kinderen. Alle Albanezen willen Duits leren, zegt ze, en alle ouders die ambities voor hun kinderen hebben sturen ze op Duitse les, al vanaf heel jonge leeftijd. Veel geeft ze niet prijs over haar leven. Na een paar dagen hoor ik dat ze met vier vrouwen op een kleine etage woont, apart wonen is te duur. Ze is enig kind en zorgt voor haar bejaarde moeder met wie ze veel belt. Het is goed als kinderen Duits leren, zegt ze, dan zijn ze tenminste veilig. Veilig? Het is gevaarlijk om kind te zijn bij ons, zegt ze, er is veel geweld. Absurd veel.

We gaan naar de Volksbühne, waar Ödipus Tyrann, van Sophokles/Hölderlin gespeeld wordt, in de versie van de Italiaanse ‘Extremtheatermacher’ Romeo Castellucci. Ich bin zo glücklich, zegt A. zachtjes tegen me. We zien een absurde Oedipousversie, deels gesitueerd in een duister klooster met schuivende panelen, deels in strak een stralend wit-gouden decor. Uiterst klassiek Duits, nauwelijks beweging, nauwelijks intrige. Aan het eind blijven drie opgeblazen anussen achter op het toneel, die luid winden laten. Het publiek, dat twee uur lang als versteend heeft gezeten, begint te lachen. Absurd.
       

Haltestelle Berlin

Op uitnodiging van het Goethe Instituut, verblijf ik twee weken in Berlijn. Iedere ochtend neem ik de U-Bahn van Pankow naar de Weinmeisterstrasse, overstappen op Alexanderplatz. Iedere dag denk ik een paar keer aan Alfred Döblin en zijn roman Berlin Alexanderplatz



Van het omroepen van de haltes hebben ze hier iets bijzonders gemaakt. Wie uit een bepaalde buurt komt kan zich bij het Berlijnse vervoersbedrijf opgeven om het omroepbericht van zijn of haar straat in te spreken. ‘Hallo! Hier ist Belinda uit Pankow’, schalt dan vrolijk een jonge meisjesstem door het rijtuig, ‘nächtste Haltestelle Rosa Luxemburger Platz’. Of  een doorrookte stem verkondigt ‘Hallo! Hier ist Robert aus Senefeld. Nächste Haltestelle Eberswalderstrasse’, waarna hij ook nog een westernliedje inzet en ons een avontuurlijke dag toewenst.


Het is weer eens wat anders. Stel het GVB roept de Amsterdammers op een tekst in te spreken met een cultureel feit over de buurt van de halte. Wat zou je dan krijgen? ‘Ha, hier is is Peter, volgende halte: Leidseplein. Hier werd op 3 januari 1638 voor het eerst de Gijsbrecht van Vondel opgevoerd.’ Of: ‘Hallo, hier is Marijke, volgende halte Albert Cuijp. Hier om de hoek, in de Gerard Doustraat, werd in 1951 André Hazes geboren’. Of ‘Hallo, ik ben Duane. Volgende halte: Waterlooplein. Om de hoek het stadhuis, dat Anna Enquist voor twee jaar tot stadsdichter benoemde’.

Het GVB kan reageren op de oproep van de staatssecretaris om ideeën te leveren voor de onderwijsagenda 2032. En de reiziger steekt er nog wat van op ook.


20 titels op de longlist van de Europese Literatuurprijs 2015

De longlist voor de Europese Literatuurprijs 2015 is bekend. Een jury van Nederlandse en Vlaamse kwaliteitsboekhandels nomineerde twintig romans uit elf verschillende talen, variërend van bekende schrijvers als Ian McEwan en Karl Ove Knausgård tot onbekendere als Rafael Chirbes en Pierre Lemaitre. De prijs bestaat uit een geldbedrag van € 10.000 voor de schrijver en € 5.000 voor de vertaler van het winnende boek.

Uit de longlist blijkt dat de geschiedenis van Europa nog steeds een centrale rol vervult in de moderne literatuur. Ongeveer een derde van de boeken heeft één van de Wereldoorlogen of de erfenis van een dictator als onderwerp of als decor. Schrijvers als Javier Cercas, António Lobo Antunes en Jenny Erpenbeck bewijzen dat auteurs nog lang niet zijn uitgeschreven over de veelbewogen twintigste eeuw.
Dit geldt niet voor alle auteurs. Sofi Oksanen kiest bijvoorbeeld in haar roman Een bundel haarspelden voor introspectie, terwijl Ian McEwan inDe kinderwet een moreel dilemma uitwerkt.
De volgende twintig titels zijn genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2015 (in alfabetische volgorde op naam van de auteur):
  • Outlaws van Javier Cercas,
    uit het Spaans vertaald door Jos den Bekker (De Geus)
  • Aan de oever van Rafael Chirbes,
    uit het Spaans vertaald door Eugenie Schoolderman en Arie van der Wal (Meridiaan)
  • Een handvol sneeuw van Jenny Erpenbeck,
    uit het Duits vertaald door Elly Schippers (Van Gennep)
  • Het geweten van Roberto Doni van Giorgio Fontana,
    uit het Italiaans vertaald door Philip Supèr (Wereldbibliotheek)
  • Het zwart en het zilver van Paolo Giordano,
    uit het Italiaans vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd (De Bezige Bij)
  • Bij wijze van roman van Yannis Kiourtsakis,
    uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda (Ta Grammata)
  • Schrijver van Karl Ove Knausgård,
    uit het Noors vertaald door Marianne Molenaar (De Geus)
  • Het feest der onbeduidendheid van Milan Kundera,
    uit het Frans vertaald door Martin de Haan (Ambo|Anthos)
  • Tot ziens daarboven van Pierre Lemaître,
    uit het Frans vertaald door Liesbeth van Nes (Xander Uitgevers)
  • Als een brandend huis van António Lobo Antunes,
    uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens (Ambo|Anthos)
  • De kinderwet van Ian McEwan,
    uit het Engels vertaald door Rien Verhoef (De Harmonie)
  • Een maaltijd in de winter van Hubert Mingarelli,
    uit het Frans vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos (Meulenhoff)
  • Tijdmeters van David Mitchell,
    uit het Engels vertaald door Niek Miedema & Harm Damsma (Nieuw Amsterdam)
  • Een bundel haarspelden van Sofi Oksanen,
    uit het Fins vertaald door Marja-Leena Hellings en Sophie Kuiper (Ambo|Anthos)
  • Gelukkig de gelukkigen van Yasmina Reza,
    uit het Frans vertaald door Eef Gratama (De Bezige Bij)
  • De vrouw op de trap van Bernard Schlink,
    uit het Duits vertaald door Gerda Meijerink (Cossee)
  • De goede minnaar van Steinunn Sigurðardóttir,
    uit het IJslands vertaald door Marcel Otten (World Editions)
  • Venushaar van Michaïl Sjisjkin,
    uit het Russisch vertaald door Gerard Cruys (Querido)
  • Een verzonnen leven van Karine Tuil,
    uit het Frans vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos (De Bezige Bij)
  • De huisgenoten van Sarah Waters,
    uit het Engels vertaald door Sjaak de Jong, Nico Groen en Marijke Versluys (Nijgh en Van Ditmar)
Uit deze lijst zal een vakjury vijf romans selecteren. Deze shortlist wordt dinsdag 2 juni bekendgemaakt op een feestelijke avond in Spui25 in Amsterdam. Een uitgebreid overzicht van de geselecteerde titels vindt u op www.europeseliteratuurprijs.nl.
In april en mei, voorafgaand aan de bekendmaking van de shortlist, maken verschillende genomineerde literair vertalers een tournee langs de betrokken boekhandels – de zogeheten ‘Vertalersgeluktournee’.

Over de Europese Literatuurprijs

De Europese Literatuurprijs bekroont de beste Europese roman die in het afgelopen jaar in Nederlandse vertaling is verschenen en wordt in 2015 voor de vijfde keer uitgereikt. Eerder ging de prijs naar Marie NDiaye’s roman Drie sterke vrouwen, vertaald door Jeanne Holierhoek,Alsof het voorbij is van Julian Barnes, vertaald door Ronald Vlek,Limonov van Emmanuel Carrère, vertaald door Katrien Vandenberghe en Katelijne de Vuyst en De preek over de val van Rome van Jérôme Ferrari, vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos.

Partners

De Europese Literatuurprijs is een initiatief van Academisch-cultureel Centrum SPUI25, Athenaeum Boekhandel, het Nederlands Letterenfonds en weekblad De Groene Amsterdammer, en wordt financieel mede mogelijk gemaakt door het Lira Fonds en de De Lancey and De La Hanty foundation.
De longlistjury bestaat uit de volgende boekhandels:
  • Athenaeum Boekhandel, Amsterdam (www.athenaeum.nl)
  • Athenaeum Boekhandel, Haarlem (www.athenaeum.nl)
  • Eerste Bergensche Boekhandel, Bergen (www.eerstebergenscheboekhandel.nl)
  • Boekhandel Blokker, Heemstede (www.boekhandelblokker.nl)
  • Boekhandel den Boer, Baarn (www.boekhandeldenboer.nl)
  • Het Colofon, Arnhem (http://www.hetcolofon.nl/)
  • Boekhandel v/h Van Gennep, Rotterdam (www.boekhandelvangennep.nl)
  • Boekhandel Godert Walter, Groningen (www.godertwalter.nl)
  • De Groene Waterman, Antwerpen (www.groenewaterman.be)
  • Boekhandel Van Kemenade en Hollaers, Breda (www.libris.nl/vankemenade-hollaers)
  • Boekhandel Krings, Sittard (www.boekhandelkrings.nl)
  • Literaire Boekhandel Lijnmarkt, Utrecht (www.literaireboekhandellijnmarkt.nl)
  • Boekhandel Van Rossum, Amsterdam (www.boekhandelvanrossum.nl)
  • Boekhandel Van Someren & ten Bosch, Zutphen (www.libris.nl/vansomeren-en-tenbosch)
(bron: website Letterenfonds)

In de huid van een jihadiste: jihad 2.0. Huiveringwekkend realistisch.

Hoe werkt het, een jong meisje in Europa recruteren voor de jihad? Dat lees je in het vorige week verschenen fascinerende boek van de Franse journaliste Anna Erelle, Dans la peau d’un djihadiste. Enquête au coeur des filières de recrutement de l’Etat islamique.

Het is huiveringwekkend eenvoudig, blijkt. Ze deelt een gewelddadig filmpje via haar facebookaccount en wordt prompt benaderd door de jihadist die in dat filmpje pronkt met zijn kalashnikov, zijn stoere tronie en zijn verhalen over dood en verderf. De journaliste verschuilt zich achter het pseudoniem van ‘Melanie’, is eind dertig, maar doet zich voor als een twintigjarige. Deze Melanie is onzeker, dom en wereldvreemd, stiekem aan het facebooken en skypen, in het geheim tot de islam bekeerd, weet niet wat ze met haar leven aanmoet en valt als een blok voor de soldaat van de islam. In no time heeft ze een huwelijksaanzoek van de jihadist binnen, die haar als zijn bezit beschouwt en alles in het werk zet om haar het vliegtuig te laten nemen naar Istanbul en Syrië. Al snel blijkt haar dat haar ‘verloofde’ een hoge positie inneemt in de jihadistenhiërarchie en een directe vriend is van Abou Bakr al-Baghdad, de kalief van IS.
Ruim een maand lang, in het voorjaar van 2014, neemt de journaliste actief de identiteit aan van Melanie, met medeweten van de hoofdredacteur van haar krant. Ze zit in djihab voor haar scherm, een fotograaf legt de gesprekken vast. Langzamerhand wordt ze schizofreen, steeds meer vergroeit ze met haar onzekere alter ego die volledig in de ban komt van haar stoere aanbidder die haar leven stuurt en orders geeft. Hij brengt haar in contact met andere jonge meisjes die ook het plan hebben om naar het Syrische paradijs af te reizen om daar hun held te gaan bedienen. Ze reist naar Amsterdam om via Schiphol te vliegen – komt precies op koningsdag 2014 aan – en haakt daar uiteindelijk af.
Dan breekt de hel los. Langzamerhand begrijpt haar ‘verloofde’ dat hij erin is geluisd. Hij bedreigt haar, zijn woede is enorm, haar angst ook. Maanden later ontdekt ze op internet dat er een fatwa tegen haar is uitgesproken. Ze duikt onder.   

Anna Erelle: Dans la peau d’un djihadiste. Enquête au coeur des filières de recrutement de l’Etat islamique. Robert Laffont.

Soumission, Michel Houellebecq

Toevallig zat ik in de trein naar Parijs, afgelopen woensdag 7 januari. Een Franse journalist belde mij om mijn mening te vragen over Soumission, de nieuwe roman van Michel Houellebecq die op die dag zou verschijnen. Een half uur later belde hij weer: of ik al gehoord had van de aanslag op Charlie Hebdo, het satirische tijdschrift dat in zijn recentste nummer een caricatuur van Houellebecq had gepubliceerd. De afspraken die ik had met uitgevers en anderen uit het boekenvak gingen door, de een was in tranen, de ander razend, de volgende uitermate angstig. De metro’s waren opvallend leeg, de stilte voelbaar.
Die ochtend toonde de voorpagina van nrc.next de Arc de Triomphe omgevormd tot moskee, de NRC liet een gefotoshopte panoramafoto zien van Parijs met tientallen minaretten.

De conclusie van mijn stuk over Soumission luidt: ‘Soumissionheeft niets van de apocalyps die Houellebecq schetste in Mogelijkheid van een eiland of van de milde toekomstvisie op een land dat verandert in een museum, zoals in De kaart en het gebied. Het is geen briljante roman – daarvoor is hij te schematisch, te artificieel. Het is ook geen pontificale aanval op de islam in de geest van eerdere uitspraken van Houellebecq – integendeel. Soumission heeft nog het meeste weg van een politieke ideeënroman met een wake-up call: wat hebben wij eigenlijk over voor het voortbestaan van onze beschaving en onze democratie?’
Het hele stuk, alsmede dat van Peter Vermaas dat op dezelfde dag verscheen, kunt u teruglezen via nrc.nl (€).

Fototentoonstelling van Michel Houellebecq: Before landing

Before landing heet de fotoexpositie in het Pavillon Carré de Baudouin, in het 20e arrondissement van Parijs. Ver weg van de hippe galeries en van de grote musea toont de mairie van het meest multiculturele deel van de Franse hoofdstad, in een oude ‘folly’ foto’s van Frankrijks meest omstreden schrijver. 



Sinds Lanzarote en vooral sinds zijn roman La carte et le territoire was duidelijk dat Houellebecq gefascineerd wordt door het landschap, dat als het ware een personage vormde in zijn laatste roman.
De hoofdpersoon van La carte et le territoire is een beeldend kunstenaar, Jed Martin, een nogal contactgestoorde buitenstaander zonder veel vrienden, een man die in alle opzichten verwant is aan Houellebecqs eerdere personages. Zijn vroege werk op de kunstacademie en in de jaren erna bestaat uit het maken van 11.000 foto’s van gebruiksvoorwerpen, een ‘hommage aan de menselijke arbeid’ en een poging tot een ‘volledige catalogus van door de mens gefabriceerde objecten in het industriële tijdperk’.  Jeds moeder pleegde zelfmoord toen hij nog een kind was. Een keer per jaar, op oudjaar, zoekt hij zijn bejaarde vader op, een architect  en succesvol ondernemer die even buiten de stad woont. Na het bericht van het overlijden van zijn grootmoeder reist Martin naar het platteland, de Creuse, waar ze woonde. Hij koopt een Michelinkaart om de route te bepalen en raakt in vervoering van deze wegenkaart. Deze ‘esthetische openbaring’ leidt tot zijn volgende fotografische project en zijn doorbraak als kunstenaar. Satellietfoto’s laten slechts een ‘groene soep’ zien in tegenstelling tot zijn eigenzinnige foto’s van de Michelinkaarten. ‘Het platteland wordt trendy’, merkt de verteller op – een rode draad in de hele roman. De titel van zijn eerste expositie, gesponsord door Michelin, luidt ‘De kaart is interessanter dan het territorium’. In zijn epiloog vergast Houellebecq ons op een toekomstvisie, een jaar of 20 verder in de tijd. De globalisering heeft ons gedwongen terug te keren tot het pre-industriële tijdperk, Europa wordt weer agrarisch. Frankrijk heeft alleen nog zijn ‘hôtels de charme, parfums en pastei’ te bieden,’ wat men levenskunst noemt’. In de geest van 19e eeuwse socialistische hervormers, zoals Fourrier en William Morris worden kleine ambachten en lokale produkten weer opgepakt. Nieuwe generaties gaan weer respectvol met geld om, keren terug naar zeden en gewoonten uit vroeger tijden.


Het zijn aan deze roman verwante foto’s die je aantreft op de fototentoonstelling in Parijs: koeien in een weiland, echte en keramieken, duistere bossen, mistige meren, maar ook een hele serie foto’s van affiches van Frankrijk op zijn smalst: kaas, stokbrood en folklore. Sommige foto’s beslaan een wand van een meter of vijftien en zijn worden afgewisseld met citaten uit zijn werk. Een fabriek van Camembert. Foto’s genomen vanaf grote hoogte, net zoals de Michelinkaarten gefabriceerd moeten zijn. Foto’s gemonteerd in foto’s. Tekst gemonteerd in tekst. Een video die laat zien hoe Frankrijks industrieel erfgoed staat te roesten.






De laatste decennia van zijn leven wijdt Jed Martin zich aan een kunstproject van lange adem. Jarenlang filmt hij de natuur, daarna kiest hij voor industriële voorwerpen wier afbraak hij met chemische middelen versnelt. Vervolgens legt hij die opnames over elkaar heen. Het leidt tot hypnotiserende beelden waarin de voorwerpen verrotten, in elkaar schrompelen, verdrinken in de lagen van de vegetatie. Ashes
to ashes. Terug naar de natuur. Niets is vergankelijker dan de mens. Niets wat de mens heeft voortgebracht is blijvend van aard. Frankrijk is wel mooi, maar het verandert in een museum. Frankrijk als natie doet er niet meer toe in de wereld.
Tot 31 januari
http://www.carredebaudouin.fr/2014/10/michel-houellebecq-before-landing/

Trends in de Franse literatuur

De afgelopen weken gaf ik bij verschillende gelegenheden en op verschillende plekken in Nederland en Frankrijk lezingen over Franse literatuur in Nederland, Nederlandse literatuur in Frankrijk en trends in de Franse literatuur. Velen schreven mij nadien met het verzoek om een samenvatting of een lijstje leestips. Uitgeschreven heb ik ze niet, maar veel is terug te vinden in het archief van NRC Handelsblad of van deze blog. Hier een paar trends, zonder nuancering en ook zonder de achtergrondinformatie die ik mondeling wel kon geven. En een paar leestips. Veel van de titels die ik noem zijn ook in het Nederlands vertaald, maar niet allemaal.

Trend 1: het thema van de oorlog, een eindeloos terugkerend motief
Jonathan Littell, Les bienveillantes/De welwillenden, prix Goncourt 2006  
Destijds oordeelde ik dat het een uitzonderlijk ambitieuze en verpletterende, maar wel degelijk mislukte roman was. Verteller is de oud-nazi Max Aue, die voor mij een ongeloofwaardige verteller was. Toch was de roman een enorme hit. Met verbazing heb ik me toen afgevraagd waar al dat enthousiasme op gebaseerd was. Drong het hier eindelijk door dat er uit Frankrijk meer komt dan ‘dunne, moeilijke boekjes over filosofie of over seks’? Was het feit dat de auteur Amerikaan is genoeg voor al die welwillendheid? Waren de vermeende immoraliteit en de seksuele perversiteit doorslaggevend? De eeuwige aantrekkingskracht van het kwaad? Kende Nederland een onverzadigbare markt voor boeken over de Tweede Wereldoorlog? Geen persoonlijke leestip dus, maar wel trendsetter.

Laurent Binet, HhhH, prix Goncourt du premier roman 2010
Het boek draait om Reinhard Heydrich, een van de gevaarlijkste SS-ers van het Derde Rijk, chef van de Gestapo en van de geheime diensten, ‘protector’ van Bohemen en Moravië. ‘De beul van Praag’ alias ‘het blonde beest’ was de rechterhand van Himmler en, dankzij zijn uitzonderlijke liefde voor systeemkaarten, een van de meest efficiënte organisatoren van de ‘Endlösung’. Binets boek vertelt de aanslag op Heydrich, gepleegd door twee verzetsstrijders, de Tsjech Jan Kubiš en de Slowaak Jozef Gabčík, in mei 1942. En nog preciezer: het gaat om een jonge historicus en docent Frans in Praag, die volledig in de ban is van deze aanslag, ook wel ‘operatie antropoïde’ genoemd, en er een boek over wil schrijven. Een bijzonder geslaagd en spannend boek dat ook in Nederland een bestseller werd.
Alexis Jenni, L’art français de faire la guerre, prix Goncourt 2011
Het is een (koloniaal) oorlogspanorama dat aan de hand van twee personages verteld wordt. De een is een naamloze jongeman uit Lyon die in 1991, vanuit zijn bed, op tv ziet hoe in Irak de Golfoorlog begint. Waarom houdt Frankrijk niet van zijn militairen?, vraagt hij zich af. En hoe voelt dat eigenlijk, een oorlog voeren? Dat wordt hem uit de doeken gedaan door de andere hoofdpersoon, een oud-officier en parachutist die in zo ongeveer alle Franse oorlogen in de 20e eeuw heeft gevochten. De officier heeft niet alleen een prachtige militaire carrière gemaakt, maar is ook een geweldig tekenaar. De jongeman wil dolgraag leren tekenen en schrijft, in ruil voor tekenles, het levensverhaal van zijn tekendocent. Daaruit bestaat de roman, een meanderend verhaal vol anekdotes, uitweidingen, bijzaken en bijfiguren, dialogen, essayachtige stukken en indirecte commentaren op de actualiteit.
Jérôme Ferrari, De preek over de val van Rome, Goncourt 2012, kreeg in Nederland de Europese Literatuurprijs
De twee hoofdpersonen uit Ferrari’s boek zijn jongens die zijn geboren en getogen op het eiland Corsica. Ze gaan in Parijs studeren, ontdekken dat hun hart daar niet ligt. Ze hangen hun studie aan de wilgen en keren terug naar het eiland van hun geboorte, waar ze, in the middle of nowhere, een bar openen. Hun ziel en zaligheid stoppen ze in het runnen van die bar, ze investeren, nemen goed uitziende, single door het leven gaande bardames aan om de klandizie te plezieren en weten van hun dorp de best lopende toeristische trekpleister van het eiland te maken. Ferrari’s andere personages refereren aan werelden die op hun laatste benen lopen en die inmiddels ten onder zijn gegaan: Indochina, Algerije, het hele voormalige koloniale rijk van Frankrijk is immers, na met bloed en te zwaard te zijn veroverd en verdedigd, roemloos verdwenen – met alle littekens van dien.
Bovendien lijkt het taboe op de literaire verwerking van de Algerijnse  onafhankelijkheidsoorlog langzamerhand verdwenen (zie bijvoorbeeld het succes van Over mannen van Laurent Mauvignier).
Trend 2
De laatste jaren zijn er veel auteurs die bij hun werk uitgaan van een fait divers, een wetenschappelijke ontdekking en die met journalistieke, sociologische of
biografische elementen verwerken in een roman. Als ‘oervader’ van deze trend zou je Olivier Rolins L’invention du monde kunnen zien, uit 1993. Het boek bestaat uit nieuwsberichten van over de hele wereld, over één dag uit het leven van de mensheid (21 maart 1989), waarvoor hij het materiaal putte uit meer dan vijfhonderd kranten uit de hele wereld en ordende in 48 hoofdstukken, waarbij elk hoofdstuk overeenstemt met een tijdzone op aarde en een pastiche vormt van een wereldomvattend boek uit de literatuurgeschiedenis.
Laurent Mauvignier neemt voor zijn roman Dans la foule het Heysseldrama als uitgangspunt.
Emmanuel Carrère schreef zijn roman L’adversaire, uit 2000, nadat hij het proces had gevolgd van Romain Rolland die zijn vrouw, zijn kinderen en ouders vermoordde toen aan het licht dreigde te komen dat hij een dubbelleven leidde. Zijn Un roman russe neemt zijn eigen biografie en zijn familiegeschiedenis als uitgangspunt. Het prachtige boek D’autres vies que la mienne vertelt over de tsunami die hij meemaakte in Sri Lanka en Limonov is zijn veelbesproken biografische schets van de beroemde russische politicus en agitator.
De trilogie van Jean Echenoz is er ook een voortreffelijk voorbeeld van. Zijn boek Ravel, gaat over de componist Maurice Ravel. In Courir neemt hij het leven van de hardloper Zatopek onder de loep en in Des éclairs geldt dat voor de ingenieur Nikola Tesla.
Dit jaar is deze trend nog specifieker. De ‘biopic littéraire’ is ‘hot’, er verschijnen veel boeken over bekende personen, de celebrity-cultuur heeft ook in de Franse roman toegeslagen. Te denken valt aan: Trotski door Deville, Greta Garbo door Kaprièlian, Mary Shelley door Judith Brouste, Elvis Presley door Caroline de Mulder, Charlotte Salomon door David Foenkinos (prix Renaudot 2014), Buffalo Bill door Eric Vuillard, J.D.Salinger door Frédéric Beigbeder.
Trend 3
De derde trend die er dit najaar val
t waar te nemen is de ‘amerikanisering’ van de Franse literatuur. De Amerikaanse literatuur is in Frankrijk enorm populair, zowel bij de kritiek als bij de gewone lezer. Geen literair tijdschrift dat de afgelopen tijd geen speciale bijlage heeft gemaakt over Amerikaanse topauteurs, geen uitgeverij die geen goedlopende Amerikaan in zijn fonds heeft. De Zwitser Joël Dicker scheef een bestseller, La verité sur l’affaire Harry Québert en bracht daarmee een ode aan Philip Roth. Een flink aantal auteurs stuurt zijn hoofdpersoon naar de VS. Zo ook Karine Tuil in haar roman L’invention de nos vies. Haar negende, op de huid van de tijd geschreven roman, speelt zich voor een groot deel af in New York. Wat doe je als je bij sollicitaties steeds maar l’arabe wordt neergezet en afgewezen? Je maakt van Samir Sam, er wordt voortaan gedacht dat je joods bent en de deuren van grote Amerikaanse advocatenkantoren gaan voor je open. Maar de rest van je leven is wel op een leugen gebaseerd. Hoe uitsluiting werkt, hoe discriminatie voelt – dat laat Tuil zien in haar uitstekend geschreven, actuele roman. Ze creëert ook een intrigerend vrouwelijk personage, de spil in een liefdesdriehoek, die zich van slachtoffer ontwikkelt tot een vrouw die in vrijheid haar keuzes maakt.
Trend 4
De populariteit van de policier zet zich door. Vorig jaar ging de prix Goncourt naar Pierre Lemaitre, een thrillerschrijver, voor Au revoir là-haut. Het is een stevig oorlogs- en avonturenboek met een happy end. Aan de hand van het lot van twee soldaten laat Lemaitre zien dat Frankrijk vlak na de oorlog geen idee had hoe het met zijn ex-soldaten moest omgaan – noch de levende noch de dode. Het is een verhaal over fraude en bedrog en over overleven in een maatschappij die niet terug wil kijken naar doorstane misère. Een roman waarin een tekenaar een hoofdpersoon is, net als bij Alexis Jenni. Blijkbaar gaan tekenaars en oorlog goed samen in de literatuur. Bij Lemaitre zijn de goeden goed en blijven de slechten slecht, hij bespaart de lezer al te veel grijstinten en moeilijke morele dilemma’s. Het is de doortrapte, carrièrebeluste verrader die ook nog het mooie meisje weet te trouwen, versus de domme loser uit de goot maar met het gouden hart. Een boek, kortom, dat lekker leest en niet al te veel vragen stelt, goed gemaakt amusement.

Lydie Salvayre krijgt de prix Goncourt voor haar weergaloze roman Pas pleurer

Twintig titels heeft Lydie Salvayre op haar conto: romans, verhalen, pamfletten, beschouwingen over schilders, essays over schrijfsters en vele andere onderwerpen. De Goncourt bekroont daarom niet alleen een weergaloze roman, maar een heel oeuvre – bijzonder terecht.



In mijn boek Franstalige literatuur van nu uit 2003 (dat als e-boek te koop is) wijdde ik een tiental bladzijden aan haar werk, dat sindsdien natuurlijk nog flink is uitgebreid. Een paar citaten:

‘Salvayres Spaanse ouders vluchtten in 1939 voor het regime van dictator Franco naar Frankrijk en vestigden zich in Toulouse, waar ze werk vonden bij de posterijen. “In het milieu waar ik vandaan kom”, vertelt Salvayre in een interview met Les inrockuptibles (oktober 1997), “was onderwijzeres voor mij de hoogst haalbare sociale status. Boeken waren er niet bij mij thuis. Pas toen mijn zus boeken mee naar huis bracht begon ik fanatiek te lezen. Het eerste dat ik las was Sans famille van Hector Malot. Ik zal toen al een moeilijke relatie gehad hebben met het instituut familie. Misschien wilde ik mijn eigen familie wel laten verdwijnen. Ik had nooit gedacht dat ik schrijver zou worden. Omdat Spaans mijn moedertaal was, was ik altijd bang de dingen niet goed onder woorden te kunnen brengen en fouten te maken tegen de Franse taal.”
Dat laatste element komt ook naar voren in de nu bekroonde roman, waarin Salvayre twee stemmen kruist, die van de Franse schrijver Georges Bernanos (1888-1948) en die van haar eigen moeder, die als jonge vrouw uit het door burgeroorlog verscheurde Spanje vluchtte. In haar boek laat ze haar moeder het spreektaal-Spaans spreken uit haar jeugd, waarin ze aan haar dochter, op haar oude dag, haar verhaal vertelt. Ze vertelt hoe ze zelf – immigrante immers in een nieuw land – erop gespitst was om de nieuwe taal perfect te spreken, plus royaliste que le roi, zoals dat vaak het geval is.
‘In het dagelijks leven is Lydie Salvayre psychiater, een beroep dat in feite niet veraf staat van het schrijverschap, vindt ze. “Het is alsof iedere, in het dagelijks leven gehoorde zin, professioneel of niet, rechtstreeks verder leeft in mijn boeken”.’
‘In haar vijfde boek, La compagnie des spectresuit 1997, zet Lydie Salvayre voor het eerst een verhaal in historisch perspectief. Het leven van haar hoofdpersonen, dit keer een moeder en een dochter, wordt nog steeds beïnvloed door gebeurtenissen die plaatsvonden onder het regime van Vichy tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In de herfst van 1997 – waarin ook het proces begon tegen Maurice Papon, de van collaboratie beschuldigde administrateur uit Bordeaux – verscheen een groot aantal boeken over dit thema. Lydie Salvayre koos deze periode om persoonlijke redenen, vertelt zij in een interview met Encore(september 1997): “Mijn ouders kwamen in 1939 als politieke vluchtelingen uit Spanje in Frankrijk aan en zij hebben mij veel verteld over die moeilijke periode.” Ook vindt zij dat schrijvers die na de oorlog zijn geboren, zoals zijzelf, een taak hebben als het gaat om het levend houden van de geschiedenis. Zij interesseert zich voor de manier waarop het verleden kan worden doorgegeven en is van mening dat daarbij niet alleen een rol is weggelegd voor historici, maar ook voor romanschrijvers.’ 
Pas pleurer is Salvayres magnum opus, waarin ze voor het eerst iets van haar eigen biografie laat zien, de bron van haar woede en haar schrijverschap. Ze schetst de patriarchale boerengemeenschap, de opvlammende revolutionaire passie en de paar weken in 1936 waarin haar moeder, op de vleugels van de tijd, zich vrij en hoopvol voelt.

Parallel laat Salvayre Bernanos zijn geloof verliezen in de conservatieve rooms-katholieke kerk die haar ogen sluit voor de misdaden van de franquisten. Het resultaat is zijn beroemde pamflet Les grands cimetières sous la lune.

Indirect verwijst Salvayre naar de politieke actualiteit die haar verontrust: ‘Het verhaal van Bernanos (..) wakkert mijn vrees aan voor een paar schoften die verwerpelijke ideeën koesteren waarvan ik dacht dat ze al lang achter ons lagen’.

Moeiteloos voert Salvayre je het Spanje van de late jaren 30 binnen, dat korte tijd knettert van hoop op een betere toekomst, totdat het repressieve geweld losbarst en er niets rest dan desillusie, dood en de noodzaak
over de grens een veilig heenkomen te zoeken.

Op uitnodiging van de Ambassade in Parijs, waarvoor ik als intendant een reeks literaire ontmoetingen organiseer, vertelde Salyvayre onlangs in het Maison de la Poésie in Parijs over haar nu bekroonde boek. Ze ging in gesprek met Britta Böhler, die in haar roman De beslissing ook een beroemd auteur opvoert, in haar geval Thomas Mann.